Make your own free website on Tripod.com
Home | Zomaar een Zondagochtend | Werkdag Oktober 2008 | Werkdag Oktober 2007 | Werkdag Oktober 2006 | Werkdag Oktober 2005 | Werkdag Oktober 2004 | Werkdag Oktober 2003 | Natuurwaarnemingsproject | Groene Linken Almere | Colofon

de poelpraat

Natuurwaarnemingsproject

De ontwikkeling van de poelen in het eerste jaar

Ontwikkelingen van de gegraven poelen in het Beatrixpark in Almere-Stad

 

Waargenomen en opgetekend door Herbert Koster

in de periode maart 2001 tot en met maart 2002

 

Inleiding

In het kader van de IVN Natuurgidsencursus 2001 – 2002 Midden en Zuid Flevoland dient elke cursist een stukje natuur dicht bij huis uit te kiezen. Dit wordt een natuurplekje waar gedurende een jaar waarnemingen worden gedaan. Dit kan een groenstrookje zijn, een grachtenoever of zelfs een boom in de straat. Het gaat erom dat het een stukje groen is in de eigen woonomgeving. De persoonlijke bevindingen en zaken die opvallen tijdens de waarnemingen worden zoveel mogelijk beschreven.

 

Maart 2001


Mijn keuze voor een stukje natuur voor mijn natuurwaarnemingsproject is gevallen op de twee paddenpoelen die in het najaar van 2000 zijn gegraven in de zuid- westhoek van het Beatrixpark. Het lijkt mij boeiend de ontwikkelingen te volgen van een pas machinaal gegraven plas. Hoe snel neemt de natuur bezit van zo’n kale plas met water? Wat voor soort dieren gaan er in en om het water leven en waar komen ze dan vandaan? Welke planten nemen bezit van de oever? Ik weet dat het ongetwijfeld gaat gebeuren; ik weet dat de natuur haar kansen waarneemt; ik weet dat in theorie en natuurlijk ook in de praktijk (als bijvoorbeeld in de tuin allerlei planten gaan groeien die daar niet neergezet zijn), maar ik wil dat proces nu eens echt bewust meebeleven. En ik vraag mezelf dan ook meteen af: “Heb ik daar het geduld wel voor” en “misschien valt het allemaal heel erg tegen”. Ik weet het niet en wellicht mede door deze aarzeling wordt het meteen ook een uitdaging voor mijzelf. Iets zegt me dat ik het gewoon maar moet doen; iets zegt me dat ik het proces bij die poelen moet volgen. Nou laat ik dan maar gehoor geven aan die intuÔtie en eens kijken of ik het geduld en de aandacht kan opbrengen om het proces een jaar lang te volgen.

6poel6-5-01b.jpg

De grote poel, voorjaar 2001, een mooie spiegeling in het water

Natuurlijk ik weet ook wel dat het Beatrixpark geen gebied is met een grote natuurlijke uitstraling; er zijn weinig bijzondere planten of dieren. Het is een stadspark, ontwikkeld en ontworpen op de tekentafel en nog relatief kort geleden aangelegd, nu zo’n twintig jaar geleden. Een snippertje groen in een stedelijke omgeving, er is geen echte stilte aanwezig, er is geen echte duisternis aanwezig, de auto’s rijden op de nabijgelegen toegangsdreven van en naar het stadscentrum, de jeugd op de knetterende bromfietsen maken gebruik van de fietspaden in het park, de honden leggen in overvloed hun drollen voor je voeten en de plantsoenmedewerkers wieden zo nu het dan de spntaan opschietende kruidlaag die zij bestempelen als onkruid. Kortom, de echte natuur is ver te zoeken……. Maar toch…… een snippertje groen, een uitloopplek uit de stenen stad, een plek waar je toch nog de wind door de takken hoort ruisen en waar je de bonte verscheidenheid van vogelgeluiden kunt horen. Een plek waar in oktober 2000 een stuk graslang is afgegraven en waar poelen zijn gegraven die nu nog helemaal braak liggen en waar het natuurlijk leven nog moet beginnen. En zo begin ik dan aan mijn natuurwaarnemingsproject. Er is nog helemaal niets, het is kaal, de oevers van de poelen bestaan uit bruine vette klei en er is nog geen begroeiing.

3poel6-5-01c.jpg

De oevers van de poelen in het vroege voorjaar; bruine vette klei zonder oevervegetatie

Ik heb nog geen idee welke soorten bomen en struiken er om de poelen staan, welke planten er groeien of gaan groeien. Het gebiedje ligt op een steenworp afstand van de hoek Waddendreef – Muziekdreef (voorheen Eilandendreef); het verkeerslawaai is altijd aanwezig. Ik ben benieuwd of ik wat hoor naast het verkeerslawaai. Lukt het mij het verkeerslawaai naar de achtergrond te laten verdwijnen door mijn aandacht te richten op de andere geluiden uit de natuur? Kan ik de vogels horen fluiten, de wind horen ruisen, de bladeren horen ritselen, een takje onder mijn voeten horen kraken? Of blijf ik geobsedeerd door het geluid van de automotoren en de banden op het asfalt. Ik weet het niet; ik zal het moeten ontdekken en beleven. Het lijkt erop dat mijn waarnemingen zowel gericht zijn op het gebeuren rond de poelen maar tegelijkertijd ben ik ook benieuwd naar mijn eigen reacties op wat ik ga ontdekken.

 

April 2001

Die eerste persoonlijke beleving kwam al heel snel. Ik verbaas mij er steeds weer over dat de natuur gewoon zijn gang gaat, zonder voorwaarden te stellen. Ik denk wel eens: “Stel dat ik die boom was of dat vogeltje, zou ik daar dan willen staan of zou ik in de boom gaan nestelen?”. Ik ben nogal eens geneigd te denken: “Als ik die boom was die daar op straat tussen de huizen staat met zijn wortels helemaal bedekt met straatklinkers, dan zou ik er mee ophouden”, of: “als ik die vogel was dan zou ik niet in die stadstuin nestelen waar de huiskatten steeds jacht op mij maken, maar zou ik naar het bos vliegen om daar rustig mijn nest te maken”.  Ik stel dus eerst voorwaarden aan mijn omgeving voordat ik tevreden ben; ik probeer eerst de ideale omstandigheden te scheppen voordat ik ga leven; ik laat mijn levensgeluk afhangen van de uiterlijke omstandigheden. Dat doet de natuur dus niet en dat verwondert mij telkens weer. Ik wil mijn leven wel leven maar alleen als de omstandigheden gunstig zijn en zit het een keer tegen dat ben ik verongelijkt en narrig. Bomen, vogels, ja eigenlijk alle planten en dieren vragen zich dat niet af…. Ze leven omdat ze het leven hebben, terughouden betekent sterven; het is het leven dat leven geeft. Misschien is dit wel de belangrijkste les die ik moet leren; stop met het verlangen naar de gunstigde voorwaarden, met het leven niet te leven omdat ik het liever anders zie of het anders wil. De natuur kan voor mij hierin een voorbeeld zijn; niet in theorie, maar door het mee te maken, door ervaring, door het mee te beleven, zodat het een wezenlijk onderdeel uit gaat maken van mijn persoonlijke werkelijke ervaring. Het klinkt allemaal wat hoogdravend maar toch werd mij dit meteen duidelijk toen ik op maandag 3 april het eerste leven zag in de poelen. Niet zomaar terluiks zien, nee ik moest er moeite voor doen. Ik moest stilstaan, door de knieŽn gaan en aandachtig in het water kijken en toen zag ik het…… het krioelde van het leven! Aan de rand van het water krioelde het van de minuscule beestjes (watervlooien?). Allerlei kleine kevertjes zwommen weg over de bodem, een enkele Schaatsenrijder verschuilt zich onder een druivend blaadje en een koppel wilde eenden drijven in de plas en gaan grondelend kopje onder. Mijn eerste waarneming van dierlijk leven hier bij de poelen. Ik was oprecht verrast want zo op
het eerste gezicht was het nog allemaal kaal en gebeurde er nog helemaal niets.

3poel6-5-01a.jpg

De kleine poel met op de achtergrond de hoge, nog kale, populieren en daaronder de lagere bomen en struiken die al wel in blad zitten. De oevers zijn nog onbegroeid (mei 2001)

Mei 2001

Het is vandaag 6 mei en het is nog steeds te koud voor het jaargetijde; zo’n 12 graden, wel zonnig, afgewisseld door wolken en een koude noordwesten wind. Zo’n dag dat het in de zon en uit de wind goed toeven is. De zon heeft al veel kracht, de warmte voel je meteen als zij door de wolken heen breekt, maar de wind uit het noordwesten zorgt ervoor dat het fris is en dat de winterjas nog steeds niet de kast in kan.

Ik loop rond het middaguur naar de poelen en ergens verwacht ik dat als ik de hoek om kom dat het er opeens allemaal groen en aangekleed uitzien, dat het riet staat te wuiven, dat de gele plomp helder op het water drijft, dat er een paar knotwilgen aan de waterkant staan, dat de zon weerspiegelt wordt door het water, dat het water zachtjes deint, dat er vogeltjes in het riet zitten, dat er een eendennest is,  dat de wilgenkatjes bloeien, dat alles mooi begroeid is en dat er geen kale grond meer te zien is. Kortom een idyllisch beeld van de poelen in een omgeving die een natuurlijke harmonie uitstraalt. Het werkelijke beeld is verre van dat. Het valt mij daarom, bij mijn regelmatige bezoekjes aan de poelen, telkens weer tegen en op de terugweg naar huis vraag ik mij dan weer af waarom ik dit project heb uitgekozen als natuurobservatieproject. Al lopend onder het Beatrixviaduct richting het Den Uijl parkje zie ik zo’n mooie harmonieuze omgeving in dit stukje van het “oude”Beatrixpark; een donkerblauwe lucht die beschenen wordt door de zon waarbij de zonnestralen alles in een helder fris licht zetten. Jonge blaadjes aan de bomen, allemaal nog lichtgroen; het grasveld nog niet gemaaid dit jaar en vol met heldergele paardebloemen, waarbij de wind het gras, de paardebloemen en de boomkruinen met het jonge voorjaarsblad, alles in een mooie golvende beweging zet. Zo mooi! En dat terwijl de poelen nog zo kaal en onooglijk aandoen. Maar ja, dan denk ik maar aan mijn persoonlijke reden en motivatie om juist te kiezen voor dit gebiedje, waar al wel de voorwaarden geschapen zijn maar waar de natuur nog aan het begin staat van haar ontwikkeling.

Ik heb vandaag ook niet helemaal niets gezien. De bomen die om de poelen heen staan beginnen duidelijk uit te lopen, maar in het algemeen zijn de hoge hoomkruinen van de populieren nog doorzichtig. Onder de hoge opgaande bomen bevinden zich kleinere bomen en struiken en deze zijn zonder uitzondering al wel helemaal uitgelopen en groen. Ik probeer de hoogte te schatten van deze onderbegroeiing en die loopt denk ik toch op tot zo’n meter of vier, vijf. Zij profiteren er van dat de hoge kruinen nog niet in blad staan; nu komt er immers nog licht door de boomkronen. Toch eens opletten hoe dat er over een tijdje bijstaat.

5poel6-5-01d.jpg

Op het paadje tussen de twee poelen is Zwarte Els aangeplant; de oevers zijn geŽgaliseerd en de startvegetatie is aangeplant

Al rondwandelend langs de oevers van de poelen lijkt het te koud voor het waterleven. Ik zie geen teken van waterleven. Ja, alleen net boven de wateroppervlakte zie ik allerlei mugjes vliegen. Ze dansen over het water en ja, eigenlijk zijn het er wel een heleboel. In het water gebeurt er helemaal niets met uitzondering dan van die hele kleine waterkevertjes die weg lijken te vluchten als ik de waterrand nader. Ik hoor wel allerlei vogels fluiten. Daar verderop onmiskenbaar een merel en iets tjilpt regelmatig herhalend zo’n tien keer hard achter elkaar. In de spiegeling van het water zie ik vogels over de poelen heen vliegen. Er zijn geen mensen te zien. Zo te zien lopen honden graag aan de waterkant; overal rondom de poelen zie ik pootafdrukken in de natte klei staan.

 

Juni 2001

Nog twee andere cursisten van de Natuurgidsencursus hebben de poelen als observatiegebied gekozen en op 10 juni 2001 bezoeken wij voor het eerst gezamenlijk de poelen. De groendienst van de gemeente is weer druk bezig geweest; de oevers zijn wederom geŽgaliseerd met als gevolg dat de reeds spontaan groeiende planten verdwenen zijn. Sterker nog: op de oevers zijn diverse soorten planten aangeplant. Van de gemeente heb ik het beplantingsschema gekregen (52 stuks planten per soort, plantafstand 1.00 x 1.00 meter). Volgens opgave wordt het volgende bloemenmengsel op de oevers aangeplant als startvegetatie:

-          Koninginnekruid

-          Heelblaadje

-          Tandzaad

-          Moeraskruid

-          Pijlkruid

-          Grote Waterweegbree

-          Zwanebloem

-          Gele Lis

-          Grote Egelskop

-          Dotterbloem

-          Kattestaart

-          Grote Engelwortel

-          Moeraswederik

-          Gewone Wederik

-          Moerasandoorn

-          Kalmoes

En voorts worden er twee waterplantensoorten aangeplant:

-          Nymphea Alba, waterlelie 5 stuks

-          Nuphar Lutea, gele plomp 5 stuks.

 


De mensenhand is zo wel heel duidelijk aanwezig! De enige plantensoort die we op dit moment herkennen is de Gele Lis. Ondanks het egaliseren en frezen van de oevers van de poelen komen diverse planten toch al weer boven, voornamelijk Heermoes, Klein Kruiskruid, Muur, Herderstasje, Kamille en wat Distels.

3poelrandjuli.jpg

De oever van de grote poel, langs het wandelpad; de startvegetatie is geplant

Wat ons vooral opvalt is dat het waterniveau fors gezakt is. De poelen lijken dus helemaal afhankelijk te zijn van de regenval en het grondwater. Er drijven plakkaten van groene algen in het water maar ook grote delen zijn helder. We constateren minder watervlooien dan anders; heeft dat te maken met het (vroege) tijdstip van de dag waardoor het water nog niet door de zon is opgewarmd? Diverse kleine kikkers gezien, zowel in het water, aan de waterrand als in en bij het struikgewas. Zouden deze (baby)kikkers in deze poelen het levenslicht gezien hebben? Ik kan mij dat bijna niet voorstellen, maar het kan bijna niet anders. Jonge sprinkhaantjes springen door het gras, allerlei vliegende vliegjes boven het water, twee eenden, een houtduif met een takje in de snavel, een ekster, een kauw, een pimpelmeesje, een merel en het gekwetter van jonge mezen hoog in de boom.

In de bosjes langs de poelen valt ook veel te zien. De vlierstruiken staan volop in bloei, de (rode) kornoelje bloeit witgeel. Veel kleefkruid aan de rand van het struikgewas, veel brandnetels, veel groot hoefblad, geel nagelkruid (gedetermineerd met mijn nieuwe boek), paardebloemen, diverse grassen, perzikkruid, kamille, bernagie.

Aan de rand van het bosperceel, in het deel waarin vorig jaar een paar rijen bomen zijn gekapt om de poelen van voldoendoe licht te voorzien en waar jonge aanplant is neergezet, ontdekken wij een ons onbekende plant die opvalt door zijn gladde groene bladeren (een leliesoort of orchideŽnsoort?). Dat moeten we de komende tijd maar eens in de gaten houden.

10bredewespenorchis2.jpg

Brede Wespenorchis, in knop ......

Juli 2001

De aandacht in de laatste weken van juni en de eerste weken van juli gaat toch uit naar het, wat betreft uiterlijk, afwijkende en dus bijzondere plantje. Heel stiekem bekruipt mij het gevoel dt het wellicht een bijzondere plant betreft. Voor mij persoonlijk sowieso bijzonder omdat ik nog nooit eerder deze plant heb gezien. Elke keer loop ik eerst naar de plek waar de plant staat, vanf de grote poel gezien, ca. Anderhalve meter vůůr de eerste grote witte abeel. Ik tel nu drie van dergelijke planten en er komen knopjes in; er komen dus bloemen aan.


Half julie bloeien de “bijzondere planten”. De plantengids erbij en eveneens de flora’s op internet geraadpleegt; het kan niet missen, dit is de Breedbladige Wespenorchis. Alhoewel niet zeldzaam en overal voorkomend in Nederland, vind ik het toch bijzonder (wellicht doordat het een orchideŽnsoort betreft). Ik ontdek er nu veel meer, wel tientallen.

11bredewespenorchis1.jpg

..... en in bloei, half juli

Een nog niet uitgewerkt idee, maar al wel sluimerend aanwezig sinds oktober vorig jaar, is om een korte film te maken van de ontwikkelingen van de poelen gedurende het eerste jaar. Zo af en toe neem ik dan ook de videocamera mee en film wat van de poelen en de omgeving. Die orchidee moest er dus beslis ook op en een paar dagen nadat ik bovenstaande foto’s had genomen, keerde ik terug met de camera. Enthousiast om een paar mooie beelden op de plaat vast te leggen. Groot was dan ook de teleurstelling………. Bijna allemaal omgeschoffeld door de plantsoenendienst! Ik was teleurgesteld en boos dat ze deze mooie planten zomaar hadden omgeschoffeld. Zien ze dan niet dat hier mooie bijzondere planten staan?

 

Later besefte ik dat deze Wespenorchis mij twee dingen leerde:

1)       dat ik dus ook geneigd ben te gaan voor het bijzondere plantje en dat ik dus ook het zicht op de “gewone” planten uit het oog dreig te verliezen. Een paardebloem is toch immers niet minder mooi? Waarom dan toch zo geobsedeerde door het afwijkende??

2)      Het geeft precies het spanningsveld aan tussen natuur en cultuur (menselijk ingrijpen) en het doet een beroep op mijn a) acceptatiebereidheid (ik wil leren minder gefrustreerd te worden als het niet meteen gaat zoals ik zou willen dat het gaat) en mijn b) actiebereidheid (in hoeverre ben in bereid en in staat aandacht te vragen voor deze bijzondere plant in deze hele kleine snipper natuur?)

 

Augustus 2001

 

Het is hoogzomer, 5 augustus, zo rond het middaguur en de temperatuur bedraagt 20 graden. De afgelopen weken is het droog en warm weer geweest. Alleen gisteren en eergisteren heeft het geregend en ook vannacht. Het ruikt nu dus heerlijk… ik ruik de vochtige grond en dat associeer ik met veilig en vertrouwd, met iets van vroeger. Ja, ik voel me nu lekker en op mijn gemak. Hť daat staat een blauwe reiger! Wat komt die hielr nu doen? Vissen? Zit er dan al vis in de poel? Het water ziet helder, alsof het opgefrist is door de regenbuien. Veel groene algenplakaten zijn er door mensen uitgehengeld en liggen op de kant te drogen. Ik poer met een stokje zo’n bruin bergje opgedroogde algen uit elkaar en verbaas me om de vele prachtige schakeringen groen die ik binnenin aantref.

14augklein1.jpg

Het water in de kleine poel, hier en daar wat algen, voorts helder water met de eerste begroeiing (lissen)

De bomen ruisen in de wind, dag kamillebloem, dag schaatsenrijdertjes! Ik ben in een goed humeur. Het waterpeil van de kleine poel ligt lager dan dat van de grote poel. In het midden van de kleine poel schieten lissen door het wateroppervlak heen naar boven. Die zijn daar toch niet aangeplant? Die groeien daar dus spontaan. Heel veel kleine zwarte spinnetjes scharrelen op de oevers aan de waterkant. Over het water scheren wat libellen en wat lantaarntjes. De oevers beginnen wat te verzanden; het krijgt een wat natuurlijkere uitstraling. Hier en daar borrelen luchtbellen in het water omhoog.

 

Bij de grote poel ontdek ik in het zand, net onder het wateroppervlak een heleboel reigerpootafdrukken. Die reiger(s) heeft/hebben hier dus lekker staan te hengelen naar….? Overal watertorretjes die wegschieten als ik naderbij kom. Ik ben een stukje het water ingelopen; het is erg helder. Door de regenval van de afgelopen dagen is de poel weer helemaal vol gelopen. In het kreupelhout, aan de rand van de bossage nog ongeveer dertig planten van de Breedbladige Wespenorchis aangetroffen over een lengte van ongeveer 15 meter. Ze zijn nu wel zo’n beetje uitgebloeid.

 

Wat mij het eerste opvalt als ik op 19 augustus (16.00 uur, 22 graden) aan kom fietsen, is de groene waas rondom de poelen. HŤ, hŤ, eindelijk begint het er allemaal een beetje natuurlijk uit tezien. Van dichtbij zie ik nog een heleboel onbedekte aarde, maar van een afstandje wordt het
al aardig groen. Nu maar hopen dat de plantsoenendienst nog even vakantie houdt!

12augbeide1.jpg

De kleine poel op de voorgrond; de groene waas komt tevoorschijn

Diverse libellen scheren over het wateroppervlak. Drie grote blauwe keizerlibellen snorren voorbij. In de kleine poel schieten nu overal de lissen uit het water. Mooi is dat, er groeit iets in de poel. Hier en daar een plakje groene alg en op de oevers de volgende planten (waarvan ik de naam weet):

- koninginnekruid, - hoefblad, - distel, - paardebloem, - perzikkruid, - kamille en diverse grassen,

Voorts nog drie andere planten waarvan ik de naam niet weet en die ik dus moet opzoeken. Het blijkt te gaan om: - Moerasandoorn (bloeiend), - Pijlkruid (bloeiend), - Grote Waterweegbree (ook bloeiend).

Hier en daar kom ik weer van die grote reigerpootafdrukken tegen. Op een plekje aan de waterkant ontdek ik een (nestje?) met poelslakjes. Er zitten er wel zestig bij elkaar, van die hele kleintjes.

 

Het is 25 augustus 2001, weer een warme, windstille dag. De hele week schommelen de temperaturen zo rond de 25 graden; vandaag wordt het rond de 30 graden. Zo rond het middaguur fiets ik naar de poelen. De grote poel sla ik over, die ziet er niet aantrekkelijk uit. Er ligt een soort van vette laag over het water, dat doet een beetje vies aan. Maar wat zie ik daar nu midden op de grote poel? Neen, dat kan niet, dat is vast geen echte… of toch wel. Ja toch wel het is een bloem van de witte waterlelie. 

 

De kleine poel ziet er daarentegen in zijn geheel nu schitterend uit. Het water is helder, hier en daar plukjes lissen en plakjes algen. De oeverranden worden eindelijk groen. Ik ga er eens rustig bij zitten. Ik ontdek zo op het eerste oog drie soorten libellen, die kleine blauwtjes (lantaarntjes), die grote blauwe (keizerlibellen of een ander soort glazenmaker) en nog een soort met een rood lijf wat grootte betreft tussen de lantaarntjes en de keizerlibellen in (lijkt nog het meest op de rode heidelibel). Ik tel twee paartjes keizerlibellen, een stuk of acht lantaarntjes en ook een achttal van die rode. Op een aantal plaatsen boven het water slaan de libellen met hun achterlijk geregeld op de  wateroppervlakte; ze leggen bij elke slag tientallen eitjes, lees ik later in een boekje. Wat een prachtig gezicht. De keizerlibellen jagen op de andere libellen.

15auggroot2.jpg

De grote poel in augustus; algenplakaten en een vettig laagje ligt over het water

September 2001

 


Ongelooflijk wat er in de nazomer en herfst nog aan groeikracht aanwezig is. Het lijkt wel of de poelen nu pas echt goed van start gaan, geholpen door het zeer zachte herfstweer. Als ik geen foto’s had gemaakt van de poelen in juni en juli had ik het niet geloofd; dat er in de herfst nog zoveel groeit en tot wasdom komt! Dat is voor mij echt een ontdekking.

 

Oktober/november 2001

In oktober is de flora rond de poelen op zijn hoogtepunt. Het heeft heel lang geduurd voordat de flora echt goed tot ontwikkeling kwam en mijn geduld is wel wat op de proef gesteld.

Ik heb altijd geleerd dat de groeispurt op zijn maximum is zo rond de langste dag van het jaar, dus eind juni, en dat er daarna geen echte groei meer is maar meer de bloemzetting gevolgd door de vruchtzetting en uiteindelijk en afrijpen van de vruchten. Zo’n groei-explosie had ik dan ook echt niet verwacht. Ik verbaas en verwonder mij daarom ook echt over het feit dat de flora rond de poelen op zijn mooist en volst waren zo rond het einde van september.

 

Al jaren volg ik zo’n beetje het moment dat alle bladeren definitief van de bomen zijn gevallen. Dat tijdstip (dat echt alle bomen kaal zijn) ligt in de laatste week van november. Alsof de natuur ook een agenda bijhoudt; op de eerste dag van december is het echt gebeurd met het bladerdek en zijn de takken kaal. Dit jaar zijn de laatste bladeren in de tweede week van december gevallen. Het was dan ook een extreem zachte herfst met zomerse temperaturen in oktober en een zeer zachte november.

21septklein7.jpg

De groeikracht in september

December 2001

 

Het is eerste kerstdag en eindelijk ben ik weer eens met de videocamera op pad gegaan. Na een (te) lange tijd weer eens stil gestaan bij de poelen. De overblijfselen van de kruiden en planten zijn nog overduidelijk aanwezig. De bladeren van de bomen en struiken zijn nu echt allemaal gevallen, de kruidlaag is voor het grootse deel verdord en bruin. Maar tot mijn verrassing zie ik ook vers groen dat zich niets van de midwinter aantrekt; zo zie ik bijvoorbeeld een paardebloem in bloemknop en de kamille stond gewoon te bloeien en tussen het afgevallen en verdorde blad komt al weer (nieuw?) groen tevoorschijn.

Het valt me duidelijk op dat die kale takken en stammen van de bomen ook wel een eigen schoonheid hebben. Ze steken zo strak en duidelijk af tegen de lucht; ze zijn zo duidelijk en met een strak potlood getekend. Ik zie, nu de bomen kaal zijn, veel meer vogels en hier en daar herken ik een boom aan zijn takken en stammen. Dat is leuk want ik realiseer mij dat ik gedurende deze cursus van lieverlee mij dit toch eigen heb gemaakt. Voornamelijk door te observeren en belangstelling te hebben voor de bomen. De meeste bomen die rond de poelen staan ken ik nu wel van naam. De kruidlaag is zo divers en ik moet bekennen dat ik niet veel verder kom dan de algemene soorten bij naam te kennen. Er staan er veel meer maar ik kom er niet toe om in mijn eentje al die soorten te determineren. De soorten bomen zijn nog op twee of drie handen te tellen, maar de kruiden en plantensoorten langs de oevers zijn er zoveel dat ik gewoon niet weet hoe en waar ik moet beginnen.

Het is nu zo’n 6 graden boven nul en in de voorgaande week heeft het even flink gevroren. Er ligt dus een laagje ijs op het water van de poelen. Mooi, met het zonlicht erop; de ijskristallen vallen mij op! Een koppel wilde eenden zien zwemmen/glijden en toch nog wat kevertjes en insectjes in het water aan de kant (waar het ijs al weer gesmolten is) gezien.

Een dankbaar gevoel bekruipt mij dat ik getuige ben geweest van de ontwikkelingen. Ruim een jaar geleden besloot ik op deze plek geregeld terug te komen. Soms intensief, soms wat minder intensief bezocht ik deze plek. Het is een eigen plek geworden. In het begin van mijn waarnemingsproject schreef ik het al: ik weet dat het gaat gebeuren, maar ik wilde het nu eens een keer echt meebeleven. Op deze kortste dag van het jaar heb ik sterk het besef dat ik het inderdaad mee-beleefd heb en dat geeft mij dat eerder beschreven dankbare gevoel. Het is alsof ik een opdracht heb voltooid. Ik heb het jaar volgehouden en het geeft mij een goed gevoel dat het mij geen moeite heeft gekost; ik vond het leuk om te doen.

33dec03.jpg

.... de poelen en omgeving .... in diepe winterrust !